De wereld is van iedereen

Vrijdag 20 juni 2014

Door Judith Velthuizen

© Fotor / Free the Image

Afgelopen dinsdag was ik rond etenstijd onderweg naar Amsterdam. Ik had een afspraak met Eddie Vedder, de übermannelijke frontman van Pearl Jam. Dat ik met deze zin de werkelijkheid geweld aandoe, moge duidelijk zijn. Eigenlijk ging ik gewoon naar het concert van deze wereldberoemde, Amerikaanse rockband. Samen met Dee. Heel kuis en eerbaar was het allemaal, mijn bezoekje aan de hoofdstad. In mijn hoofd leef ik soms net iets spannender, dan in het echte leven.

Omdat we nog even snel iets moesten eten, maakten wij een korte pitstop bij het dichtstbijzijnde tankstation. Waar we tot onze verrassing niet eens waren veroordeeld tot een zompig broodje plakkaas. Of een drassige sandwich van onbestemde makelij. In deze benzinepomp huisde een heuse broodjescorner. Waar ik bij een vriendelijke dame twee stokbroodjes met Old Amsterdam bestelde. Toepasselijker kon bijna niet, vond ik zelf. Noem het kinderachtig, maar ik kan genieten van dergelijke min of meer toevalligheden.

De vriendelijke dame had haar haren hoogblond geverfd. Ze droeg blauwe oogschaduw, roze lippenstift en een gigantische, goudkleurige bril. Zodat ze goed kon zien wat ze aan het doen was, vermoed ik. Broodjes smeren is een serieuze aangelegenheid, laat dat duidelijk zijn. De blonde vrouw was van het soort dat eer in haar werk stelt. Op geheel eigen wijze. Dat wel.

Bezorgd vroeg ik aan Dee of hij echt wel genoeg had aan slechts een stokbroodje. Dat staaltje, in haar ogen, overdreven zorgzaamheid werkte enorm op haar lachspieren. ‘Heb je daar echt wel genoeg aan, jochie?’, vroeg ze drie keer achter elkaar aan Dee, op een toon alsof ze het tegen een kleuter had. Ondertussen knipoogde ze naar mij. ‘Ik ben een rotmeid hoor’, ginnegapte ze me toe. Maar onze broodjes belegde ze toegewijd met net een beetje extra kaas. En een tomaatje. Lekker fris voor onderweg, vond ze zelf altijd.

Toen ik hardop overwoog om een muffin mee te nemen bij wijze van toetje, greep ze in. Dat moest ik niet doen. Ze had namelijk net gevulde koeken gebakken. Kraakvers, nog geen uur oud. De zakjes lagen nog open. Ik was echt gek als ik zo’n oude muffin kocht. ‘Maar ja, ik ben een rotmeid hè?’, verduidelijkte ze nog maar een keer. Tegen zoveel eerlijk enthousiasme kon ik niet op.

Terwijl ik mijn pinpas uit mijn portemonnee pakte en alles afrekende, keek zij Dee indringend aan. ‘Meneer betaalt de rest van de avond zeker?’ Samenzweerderig knipoogde ze maar weer eens naar mij. ‘Ik ben een rotmeid, hoor.’ Ik moest hartelijk lachen om haar guitige hoofd. Mensen die je vrolijk maken, als je gewoon een broodje bestelt. Die net dat beetje extra geven. Die de dingen die ze doen niet zomaar doen, maar met hart en ziel, terwijl ze volkomen zichzelf blijven. Daar word ik zo gelukkig van.

Later die avond klokt Eddie twee flessen wijn naar binnen, maar ik kan er een hebben gemist. Drijfnat van het zweet en als een man van tachtig strompelt hij tegen het einde van de show over het podium. Motorongeluk, verklaart hij zijn gehinkel zelf. Het maakt allemaal niet uit. Hij kan het hebben. Met gouden strot en heel veel ziel en zaligheid brengt hij 17.000 mensen in extase. Met alles wat hij in zich heeft.

Een paar honderd meter verderop zingt Thé Lau tijdens een emotioneel afscheidsconcert: ‘Deze is voor iedereen die passie heeft en die voor passie gaat.’ Ik had het niet mooier kunnen zeggen.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?