Diarree voor twee

Zondag 2 september 2012

Door bazbo

Marcel Mooij

Theaterdialoog in een bedrijf, deze keer een restaurant


(Dramaturgische aanwijzing: op het toneel zien we twee toiletdeuren. Onder iedere deur zijn de schoenen te zien van een acteur met de broek op de enkels. De acteurs spreken hun tekst uit van achter de gesloten deur.)

‘En bedankt.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Bedankt. Je kent het begrip bedanken niet?’
‘Dat wel. Maar waarvoor bedank je me?’
‘Voor de keuze van dit restaurant, Reinier.’
‘Graag gedaan, Bas. Het is de beste tent die ik ken.’
‘Mijn fecaliën spetteren tegen het porselein.’
‘Bij jou ook?’
‘Voor de doven onder ons: MIJN FECALIËN SPETTEREN TEGEN HET PORSELEIN!’
‘Ach zo.’
‘Het galmt hier nogal.’
‘Zeg dat wel, Bas.’
‘Dus bedankt, Reinier.’
‘Waarvoor nu weer?’
‘Voor de diarree.’
‘Troost je, Bas: je bent niet de enige.’
‘Wat had jij eigenlijk voor drek op je bord?’
‘Volgens mij waren het slurpoesters. En jij?’
‘Glibberaal in het groen, geloof ik. Tenminste, dat was wat op de kaart stond.’
‘Er stond wel meer op de kaart.’
‘Niet te gevat, Reinier. Dat siert je niet. Met dat hoofd van je moet je al voorzichtig doen; kijk dan ook uit wat je er verbaal gezien uit laat komen.’
‘Ik zal er voortaan op letten, vriend.’
‘Welke term zullen we er eens op loslaten? Orale diarree? Fecaal braken?’
‘Waar héb je het over, Bas?’
‘Och sorry, Reinier. Ik heb dat wel vaker.’
‘Wat? Dat je in jezelf zit te praten?’
‘Inderdaad. Ik zoek altijd de slimste in het gezelschap om mee te converseren.’
‘Ik volg je niet.’
‘Dat bedoel ik.’
‘Toch staat dit restaurant goed aangeschreven, Bas.’
‘Bij wie?’
‘Bij de culinair recensent.’
‘Van het woord alleen al word je onwel. En dan moet je nog eten.’
‘Zie je wel dat het niet van de spijzen komt?’
‘Ben jij een artsencarrière misgelopen, Reinier? Of een loopbaan als forensisch analist?’
‘Nee, dat niet. Zit jij nu te lachen?’
‘Anaal-ist. Terwijl we onze reet aan gort zitten te gutsen. Hoe verzin ik het toch?’
‘Je bent een groot schrijver, Bas.’
‘Ik moet ‘m onthouden voor als er mensen bij zijn.’
‘Ik ben er toch?’
‘Klopt, Reinier. Maar niet in dezelfde ruimte.’
‘Godzijdank niet.’
‘Het genoegen is geheel wederzijds.’
‘Wat u zegt. Ik moet er even niet aan denken uw lucht tot mij te moeten nemen.’
‘Dat hoeft u ook niet, want mijn lucht wordt volledig overweldigd door uw eigen onwelriekendheid.’
‘Een echte vriend is iemand die weet hoe je ruikt, maar toch van je houdt.’
‘Waar heb je die tegeltjeswijsheid nou weer vandaan? Je gaat me niet vertellen dat je onlangs een boek hebt gelezen.’
‘Nee Bas, daar heb ik geen tijd voor.’
‘Dat denk je.’
‘Dat is zo.’
‘Je máákt er geen tijd voor. Het is een keuze, Reinier.’
‘Soms heb je die keuze niet. Soms moet je werken.’
‘Ook dat is een keuze. Jij kiest voor een eigen bedrijf in combinatie met een andere baan in loondienst en een gezin dat je moet onderhouden.’
‘Jij toch ook?’
‘Ik heb geen eigen bedrijf.’
‘Maar dat andere toch wel? Die baan in loondienst, het gezin en dat onderhouden?’
‘Klopt. Daar klaag ik dan ook niet over.’
‘Dat is waar, Bas.’
‘Tuurlijk is dat waar. Ik zeg het toch?’
‘Inderdaad. Nu je het zegt.’
‘Dat zeg ik.’
‘Dus.’
‘Dus niets. We blijven poepen.’
‘Weer een waar woord, Bas.’
‘Goede titel voor een nieuw boek. We blijven poepen. Een waarheid als een koe ook.’
‘Jij krijgt ook overal geniale invallen, hè?’
‘Reinier, ik krijg louter geniale invallen. Een ander soort invallen ken ik eigenlijk niet.’
‘Mijn bewondering is weer gestegen.’
‘Toch valt het niet altijd mee, altijd maar weer die geniale invallen. Ik moet ze ook altijd gelijk vastleggen, want het zijn er zó veel dat ik al snel het overzicht kwijtraak en er enkele vergeet. Dat is dan zonde. Heb jij een pen bij je?’
‘Eh … hier?’
‘Dan schrijf ik die inval op een velletje toiletpapier.’
‘Een pen heb ik niet. Maar …’
‘Kom niet aan met de grap van de natuurlijke bruine vingerverf die voorhanden is. Of met het potlood waarmee je alleen maar kunt klodderen.’
‘Ik wil alleen maar helpen, Bas. Dus zeik niet.’
‘Dat doe ik ook niet, Reinier. Ik poep.’
‘Ik ook.’
‘Maar ik ben klaar. Was me dat kakken, zeg. Nog even m’n gat afkuisen en dan ben ik toe aan mijn hoofdgerecht.’
‘Jij wel, Bas. Wrijf het er maar in. Ik moet hier nog een tijdje blijven zitten. Er komt geen eind aan de stroom dunne poep.’
‘Dan weet je eens wat het is, Reinier.’
‘Hoe bedoel je?’
‘O, wat heb jij gelachen om mijn beroemde verhalen over mijn zwakke darmen.’
‘Het spijt me, Bas. Echt waar. Ik zal het nooit meer doen. Tsjonge, wat heb ik last van mijn ingewanden. Het doet gewoon zéér.’
‘Ik vind het heel vervelend voor je, Reinier. Heb je ook last van je hoofd?’
‘Nee, dat niet.’
‘O, vreemd. Ik heb namelijk wél last van jouw hoofd.’
‘En bedankt, Bas.’


Apeldoorn, augustus 2012


(De namen en uitspraken in deze theaterdialoog zijn gefingeerd. Iedere gelijkenis met bestaande personen berust op toeval, maar is desondanks toch mooi meegenomen.)

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?