Dichtsels

Zondag 22 januari 2012

Door bazbo

Marcel Mooij

Donderdag 26 januari is het Nationale Gedichtendag. Dan draagt stadsdichter Willem Bierman zijn taak over aan opvolger Ria Borkent. Deze formele gelegenheid vindt plaats in CODA om 09.30 uur (maar ik kan het mis hebben). Overigens, vandaag (zondag 22 januari) draagt hij, samen met enkele andere Apeldoornse Dichters, vanaf 16.00 uur eigen werk voor in Art café Sam Sam.

Nationale Gedichtendag. Meesterschrijver bazbo draagt daar het zijne aan bij. Jammer, maar het is even niet anders. Profiteer er nou maar van.

***

Begrensd

De zweem van nevel zakt over het veld
Eronder eenzame poten van de koe
Een zon zoekt maar breekt niet door
De mist is taai

Witte wereld zonder sneeuw
Iemand trapt er dwarsdoorheen
De haren nat, zijn jas begrijsd
De tijd niet rijp

Met zilte wangen blikt hij op
De koe die kontig dwars op wind
Hersenloos het stomme beest
Er is geen wind

Een eiland voor de weidse waas
Koeienpoten achter prikkeldraad
Gouden regel ook voor mist:
Het veld niet uit

***

badkamerspiegel

eventjes laat
ik die oude
rimpelbillen
dansen op mijn
vingertoppen

dan weet ik weer:
we moeten
allen
dood

***

Een goede fles rode port
wreekt zich de andere dag
Zelden zo zwart gekakt

***

Preventief

Vooraleer dat wij ter node wenden
Zwelgt de vader in zijn schulp
Tot haar schoot zijn onschuld wrake
En van toeten eeuwen stelt

Dat u ook zo schijnig vloede
Moge rust uw deelbaar zijn
Doch het onverhoede klare
Met een dode tocht daarbij kan zijn

Toe, het lot zal fluks verkeren
Brengt ons lust tot gras en wei
Naar de gindse overmachte
Waar mijn luchtbuks zachtjes piept

Zo ook matig blad bescheiden
Riekt een weinig naar de toorn
Waar begrip u thans onthoude
’t Is de klank die telt; niet meer

(Maar goed.)

***

moordend, zo zou ik het wel willen noemen, die ziekte waaraan ze overleed
ik vul morsend de zoutpot bij; witte korrels zwalken over het aanrechtblad
hoe lang kan men spijt hebben, verdriet of wrok – heel lang, of toch maar niet

ik veeg het knoeisel weg; het valt op de plavuizenvloer, niemand die het ziet
de sporen gewist, voorgoed uit het geheugen (zoals ik mijn hele leven al gedaan had)
wild hak ik in op uien op de snijplank – denkend aan haar stem die sneed

op tv krijgt een sporter een gouden medaille; hij strekt (triomf) zijn armen in de lucht
wat leuk voor zijn moeder, zou ze hardop door het huis hebben gezucht
ze zei nog net niet erachteraan: jammer dat jij zoiets nooit voor mij deed

***

Daar

Waar de vos uit jagen gaat, behoedzaam stappen zet, zacht
Waar ik op het uur u, de dageraad, en op uw zoete adem wacht
Waar rust over de aarde glijdt en leegte om zich henen grijpt
Waar menig viezig manspersoon een katje in het donker knijpt
Waar wind ruist door zwarte struiken, lantaarns zwak schijnen, de uil vuil lacht
Waar mane schijnt en mensen slapen – daar is het nacht.

***

Ze riep: ‘Wat stinkt het hier!’
Ik zei: ‘Ik ruik het ook.’
En dacht, boerend van mijn bier:
‘Maar goed dat ik niet rook.’

***

Een goed gedicht

Een goed gedicht
heeft veel wit
om zich heen

Is deze pagina
al vol?

***

Apeldoorn, januari 2012

(Doet u ook een poging tot dichtsel hieronder?)

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?