Eitje

Zondag 1 april 2012

Door bazbo

Marcel Mooij

‘Wie wil er een ei?’ was de vraag.
Ik had me weer eens uitgesloofd voor de zondagbrunch. Ik sloof me altijd uit voor de zondagbrunch. En voor de zaterdagbrunch, want wij brunchen niet alleen op zondag, maar ook op zaterdag. ’t Is dat ik moet werken door de week, anders zouden we ook brunchen op maandag, dinsdag, woensdag en alle andere werkdagen tot en met vrijdag. Al zou ik me door de week wat minder uitsloven voor een brunch, geloof ik. Al mijn huisgenoten zijn dan aan het werk of op school, en wie gaat er nu in zijn eentje uitgebreid en uitgesloofd zitten brunchen?
De vraag hoefde geen uitleg en geen herhaling. Iedereen wilde een ei. Ik had er voldoende. Ik had er veel te veel. Dat kwam zo.

Het Gezin bestaat uit drie personen. Dat betekent dat we met z’n drieën zijn en ik kook altijd een stuk of zeven eitjes. Stel dat er eentje tijdens het koken kapot gaat, dan heb ik nog reserve. De eieren die ik overhoud, gebruiken we voor andere toepassingen. Daar kom ik later op terug. (Help me onthouden.)
Het bereiden van het perfect gekookte eitje is nog een hele toer. Om te beginnen moet je het begrip ‘perfect gekookt eitje’ definiëren. Niet dat ik hier nu zin in heb. In ons huis is het perfect gekookte eitje een ei dat drie minuten heeft gekookt. Nu had ik vroeger een magnetron met een kookwekker erop. Dat ding was op de tien seconden nauwkeurig. Sinds enige jaren (een stuk of tien) heb ik echter een heel andere keuken met een heel ander apparaat erin: een combioven. Een van de functies van dat ding is een kookwekker, maar die kan niet op de seconde nauwkeurig. Ook niet op de tien. Dit ding kan ik alleen op hele minuten instellen. Daarna telt-ie wel seconden af. (U merkt: ik heb niets met techniek.)
En wanneer kookt water? Is dat als de eerste belletjes omhoog beginnen te zwiepen of pas als de hele inhoud van het pannetje over de rand heen bubbelt? Ik houd het er maar op dat de start van het kookpunt ergens ertussenin zit en dan zet ik de kookwekker op twee minuten. Zit ik altijd goed.

Voor het koken van een ei heeft u de volgende zaken nodig: een pannetje (eventueel met deksel), een fornuis, ruim water, eventueel een eierprikker, maar vooral een ei. Over de eierprikker heb ik al eens iets geschreven. Ga als volgt te werk. Druk het ei met de bolle kant op de eierprikker en prik een gaatje in de schaal. Niet te hard drukken. Ik leg niet uit waarom. Het hoeft je slechts een keer te overkomen en je weet het. Mij is het al meerdere keren overkomen. (Ik ben wat hardleers.) Schud het ei een paar keer heen en weer (natuurlijk niet als het al gebroken is!), zodat de dooier mooi in het midden van het ei gaat zitten. Leg het ei in de pan. Vul de pan met water. Zorg ervoor dat het ei onder water staat. Zet het pannetje op het fornuis. Doe de warmtebron aan en zorg ervoor dat de warmtebron zich onder het pannetje bevindt. Doe eventueel het deksel op het pannetje.
Er zijn koks die een scheut azijn in het water doen en  zeggen dat het water tegen de kook aan moet zitten. Er zijn koks die je beter kunt negeren of die je dood zou wensen. Je kunt controleren of het water aan de kook is, door de temperatuur van het water te meten. Dit kan met een thermometer. Is het water honderd graden Celsius, dan kookt het. Je kunt ook je vinger in het water steken, maar als je zuinig bent op je vingers is dit niet aan te raden. Als het water kookt, zet je de kookwekker op de juiste tijd. Zoals ik al eerder benoemde, is ‘de juiste tijd’ een subjectief begrip. Houd je van een zacht gekookt ei, dan adviseer ik drie minuten. Prefereer je een hardgekookt ei, houd dan een kooktijd van vijf minuten of meer aan. Ben je een liefhebber van blauwe eieren, dan moet je je ei meer dan tien minuten laten koken. En als je andere kleuren ei wilt, wacht dan nog even tot het Pasen is.

Als ik in het pannetje kijk en ik denk dat het water kookt (dus ergens tussen de eerste belletjes die omhoog dwarrelen en dat de hele inhoud van het pannetje over de rand heen bubbelt), dan zet ik de kookwekker op twee minuten. Vrouwlief vindt een zacht eitje lekker. Vandaar ook dat ze met mij is getrouwd. In ons gezin heet zo’n ei een ‘sopei’ en de ruzie erom aan de brunchtafel is groot. We smijten ze nog net niet naar elkaars hoofd. Gelukkig heb ik er veel te veel. De eieren die overblijven, kan ik weer gebruiken in de sla. Maar een zacht eitje in de sla gebruiken? Da’s niet lekker, dat wordt zo’n prut. Sopsla.
Meestal red ik het trouwens niet eens, zachtgekookte eitjes. Als ik in de keuken me aan het uitsloven ben voor de zondagbrunch en het eiwater kookt net, dan komt Vrouwlief vaak met de meest onzinnige vragen en opdrachten bij me. Of ik haar rug wil intapen –

Terzijde:
Wacht, dit vraagt enige uitleg. Vrouwlief heeft last van lymfoedeem. Heel vervelend. Lang verhaal. Ik zal het kort uitleggen. Tumor weggehakt, bestraald, chemokuurtjes eroverheen, hormoonpillen, vocht in d’r arm, steunkous waardoor ze d’r uitziet als een mummie en speciale tape om vocht uit die arm af te drijven. Wat zei ze nou laatst?
‘Door die hormoonpillen maakt mijn lichaam dus minder oestrogeen aan, maar wel meer testosteron. Dat zorgt voor uitdroging in het lichaam, op meerdere vlakken.’
‘Testosteron en uitdroging, die combinatie ken ik goed,’ zei ik. ‘Gelukkig hebben wij mannen daar een oplossing voor. Die oplossing heet: bier.’
Einde terzijde.

– maar goed, ik had het over Vrouwlief die met de meest onzinnige vragen en opdrachten bij mij komt juist op het moment dat ik mij in de keuken aan het uitsloven ben voor de zondagbrunch en dat het eiwater net kookt. Of ik haar rug wil intapen, of ik de vakantiefoto’s wil inplakken, een IKEA-kastje wil monteren of het zoveelste virus van de pc wil verwijderen. Ondertussen is het al heel vaak gebeurd dat ik na de klus de keuken weer inloop, het water al ruimschoots overkookt en ik dus niet weet hoe lang ik de tijdklok moet zetten. Het resultaat zijn knoertharde eieren die je zelfs met Pasen niet naar elkaars hoofd durft te smijten, laat staan durft te serveren.

Met Pasen serveer ik graag het volgende recept. Snijd wat gekookte rode bieten in dunne plakken of kleine stukjes. Leg er plakjes hard gekookt ei op. Bestrooi met dille. Maak een dressing van knoflook, gehakte walnoten, honing, citroensap, zout, peper en olijfolie. Mik de dressing op je bieten. Dit recept is geheim, dus niet verder vertellen.

Vanmorgen was het weer eens zover. We zaten aan de zondagbrunch. Wat had ik me uitgesloofd.
‘Wie wil er nog een eitje?’ vroeg ik.
‘Ik,’ zei Vrouwlief.
‘Ik ook,’ zei De Zoon.
‘Prima,’ zei ik. ‘Dan is er nog eentje over. Die is voor vanavond in de sla.’
‘Wat eten we vanavond eigenlijk?’ vroeg De Zoon.
‘Sla.’

Zo. Weer een culicolumn klaar. Eitje.


Apeldoorn, februari 2012

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over vrouwen in de horeca

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?