Gedoe (S008)

Zondag 19 juli 2015

Door bazbo

Marcel Mooij

De meid achter de balie was een forse. Het kon hem niet schelen. Zijn hoofd stond niet naar gedoe en al helemaal niet naar gedoe met vrouwen. Op het bordje op haar borst stond ‘Apothekersassistente’. Zo halverwege de twintig, leek ze. Ze droeg een jurkje dat te krap zat voor haar volle lijf. Haar twee borsten staken naar hem toe en ook haar buik was een grote bobbel. Even stelde hij zich voor dat ze naast hem lag in bed, met haar gezicht naar hem toe. Die drie bulten raakten zijn lijf, verder niets. En als ze bovenop hem zat, zou hij dat redden? Of hij bovenop haar? Het woord trilpudding schoot hem te binnen.
‘Kijkt u eens,’ zei ze. ‘Dertig tabletten en een gebruiksaanwijzing. Is het een nieuw medicijn voor u?’
Uitkijken, dacht hij, straks gaat ze uitleg geven en dat kost gelijk weer. ‘Het is voor het eerst dat ik het ga gebruiken, maar …’
‘Dan moet u weten dat het pas op langere termijn gaat werken,’ onderbrak ze hem. ‘Pas na vier tot negen maanden.’
Stik. Betalen moest hij. Maar wat zei ze nou precies? Vier tot negen maanden voordat het gaat werken? Dat klopte niet. De psycholoog én de psychiater hadden het over twee tot vier weken gehad en dat hij het zeker een half jaar zou moeten slikken.

‘Het is mij te onvoorspelbaar,’ had zijn psycholoog gezegd. ‘Nu wil ik dat er een psychiater meekijkt.’
Een psychiater? De schrijver schrok. Toch stemde hij toe. Want hij snapte er zelf helemaal niets meer van. Eerst was het nog ‘zwaar overspannen, totale burnout’ en hoe veel moeite hij ook deed om de balans tussen spanning en ontspanning op orde te krijgen, zijn klachten bleven. Bij vlagen. Pieken en dalen. En vooral die dalen leken steeds dieper en breder. Wat was dat nou afgelopen week? Hij voelde dat het niet goed ging. De beklemming, de druk op zijn hoofd, de genadeloze pieptoon, de paniek en de angst: ze waren er weer en niet te zuinig ook. Het leek wel of het steeds heftiger werd allemaal. Dankzij de technieken die hij van de psycholoog had geleerd, lukte het hem nog om te denken: Nu gaat het even niet goed; straks gaat het weer beter. Daarmee hield hij zich nog op de been, maar voor hoe lang? Met de dag werd hij banger dat er straks een moment zou komen dat hij die gedachte niet langer in zijn geest naar voren zou kunnen halen. Die angst deed hem rillen. Hij schreef een lange mail naar de psycholoog over hoe het ging en vroeg of hij een spoedafspraak kon maken. Dat kon. Het was nu twee dagen later.
‘Nee, ik eerst,’ onderbrak hij de psycholoog die het gesprek was gestart. ‘Ik had je die mail gestuurd eergisteren. Toen ging het écht niet goed. Vanmorgen vroeg liep ik buiten mijn rondje en ik keek om mij heen en ik dacht plots: Verhip, ik ben vrolijk. Heel vrolijk. Van het ene op het andere moment. Ik moet niet gekker worden. Wat is er met mij aan de hand? Is er iets met mijn hormonen? Ben ik in de overgang of zo?’
‘Je zou het haast denken,’ had de psycholoog gezegd.

Nog weer vier dagen later zat hij bij de psychiater. Die zei iets.
‘Wat zei je?’ vroeg de schrijver. Hij kon haar niet verstaan. Ze sprak ook zo bedeesd en zachtjes. Hij boog nog wat meer naar haar toe.
‘Een depressie.’ Hoorde hij het goed? ‘Maar dat is heel goed te behandelen.’
‘Medicatie?’
‘…’
‘Pardon?’ Hij hing zowat uit zijn stoel.
‘Ja.’
‘O.’
‘Het zal zoeken zijn naar de juiste dosering. En de eerste weken zullen klachten eerder ernstiger worden dan verminderen. Maar na twee tot vier weken slaat het aan en zal je verbetering merken. Weet wel dat je de medicijnen zeker een half jaar tot een jaar zult moeten slikken.
‘Dat heeft de psycholoog ook uitgelegd.’
‘…’
‘Wat zei je?’
‘Fijn.’

Zo fijn was het nu helemaal niet. Hij keek de trien aan met wantrouwende blik. Wat dit mens zei, was weer iets heel anders. Vier tot negen maanden. Dat is wat anders dan twee tot vier weken. Je zult maar labiel zijn of zoals ik te kampen hebben met wisselende buien en net in een neerslachtige stemming zitten. Dan weet je toch niet meer waar je aan toe bent? Dan krijg je toch zin om deze troel hier ter plekke open te snijden? Even legde hij zijn hand op zijn jas, ter hoogte van de binnenzak. Het grote kartelmes was thuis, veilig in het houten messenblok. ‘De specialist heeft me alles uitgelegd,’ zei hij maar.
‘Oh, oké.’
Niks oké, dacht hij. Je lult maar wat. Hij vouwde het papier met de gebruiksaanwijzing in vieren, pakte het doosje van de balie en stak het in zijn rechterjaszak. Even keek hij haar aan en hij zag een glimlach op haar gezicht. Mooi, betalen hoefde dus niet. Met een knikje nam hij afscheid.
Buiten haalde hij het vel papier weer uit zijn jaszak. Bliksemsnel scande hij van linksboven naar rechtsonder de regels. Zie, daar stond het. Altijd gedoe met vrouwen.


Apeldoorn, januari en juni 2015

Dit is het achtste deel in de eindeloze serie Schrijver.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?