Het Zoeken

Zondag 14 oktober 2012

Door bazbo

Marcel Mooij

‘Hondje! Kom dan, hondje!’ riep ik. Het beestje kwam naar mij toe gekwispeld.
‘Hé, dat is raar,’ zei ik tegen Gert. ‘Normaal als ik een hondje wil aanhalen en ik roep: ‘Hondje!’, dan komt zo’n hondje nooit. Dat van jou komt gelijk.’
‘Dat is niet raar,’ zei Gert. ‘Hij heet Hondje.’
Gert zat op een barkruk voor de flipperkast. Daar zat hij wel vaker. Hondje ging op de grond naast hem liggen.
Verder was het leeg in de grote zaal. Niemand zat aan de donkere tafels, er hing geen jongen of meisje op de zwarte leren bankstellen en bij de bar stond niemand om iets te bestellen of die bestelling op te nemen. Het weinige zonlicht dat door de kleine raampjes naar binnen viel, verlichtte de ruimte nauwelijks.

‘Jeetje Gert, wat een pokkenherrie,’ grinnikte ik.
‘Denk niet dat ik deze muziek heb opgezet, hoor. Hij zat nog in de speler toen ik binnenkwam. Ik begrijp dat jij niet zo van de hardrock bent?’
‘Nou, ik kan Gary Moore nog wel hebben en Deep Purple, maar eigenlijk ben ik meer van de symfonische rock.’
‘Je bent nog jong; alles kan nog goed komen met jou,’ lachte hij. Ik lachte met hem mee. Gert had een wilde krullenbol en droeg een roze grofgebreide slobbertrui en een heel strakke roze broek met gele verticale strepen. Ik noem hem maar even Gert. Waarschijnlijk heette hij anders; ik ben zijn naam echt vergeten. ‘Wat zijn je favorieten?’ vroeg hij, terwijl hij aan zijn shagje zoog.
‘O eh, Yes, King Crimson, Camel, Emerson Lake & Palmer, The Nice en nog zo wat. Dat soort werk.’
‘Ik dacht dat ik oud was, maar jij bent in muziekliefhebbend opzicht een echte dinosauriër.’ Gert flipperde vrolijk door.
‘Maar ik sta overal voor open, hoor,’ zei ik. ‘Ik ben altijd op zoek naar nieuwe mooie muziekjes.’
Ik keek toe hoe hij de ene gulden na de andere in het apparaat gooide. Hondje snoof aan mijn paarse broek.

Wat deed ik hier? Het was het voorjaar van 1985 en ik was werkloos. Anderhalf jaar ervoor was ik als jochie van net achttien jaar begonnen aan een studie in Tilburg. Al na zeven maanden brak ik die af, want het was veel te technisch voor mij. Maar wat moest ik wel gaan doen dan? Iets met mensen, wist ik. Maar wat dat dan zou moeten zijn, wist ik dan weer werkelijk niet. Om ideeën op te doen sloot ik me aan bij een werkervaringsproject voor jongeren. Eerst in Arnhem, later in Epe. Formeel was ik werkloos en ik kon op diverse plekken kijken en werken met behoud van mijn uitkering, om zo te ontdekken of het iets voor mij zou zijn. Ik had al stage gelopen in een bejaardenverzorgingshuis en in een openbare bibliotheek. Nu liep ik rond in dit jongerencentrum.
Hier organiseerde ik filmavonden en hardrockthemabijeenkomsten, keken we de Elfstedentocht, hielp ik mee in de zeefdrukkerij en besteedden we vooral heel veel tijd aan vergaderen. Eindeloos vergaderen.

Ik was even naar de wc geweest en kwam nu weer terug bij de flipperkast. Gert was er niet. Wacht, daar kwam hij tevoorschijn van achter de bar. Hij had een ander cassettebandje in de stereo gedaan en het volume flink omhoog gedraaid. Hoor en zie, ik betrad een nieuwe wereld.
Wat was dit? Wat hoorde ik?
Het was avontuurlijk, helder, jazzy, energiek, melodieus. Ik herkende piano en synthesizer, een gitaar, ruisende bekkens, flinterdunne toms, een knorrende bas en het kippenvel op mijn armen. Wat hoorde ik? Ik wist niet wat ik hoorde.

‘Wat is dit?’ vroeg ik met gretig grote ogen.
‘Pat Metheny Group,’ zei Gert, terwijl hij de flipperkast een duw gaf.
‘Hoe? Wie?’
‘Pat Metheny. Een Amerikaanse gitarist met zijn groep.’
‘Dat onthoud ik nooit. Hoe heet die vent, zeg je?’
‘Pat Metheny.’
Ik verstond het nog altijd niet en liep naar de stereo om te kijken of er een hoesje naast lag. Hondje huppelde met mij mee. Ah, hier had je het doosje van het cassettebandje. Op het papiertje stond geschreven: ‘Pat Metheny Group’. Daarachter de titels van de nummers. The Search, zo heette dit derde nummer.

De rest van de dag duurde lang en een uur te vroeg ging ik naar huis. Drie kwartier later stapte ik uit de bus op het Marktplein in Apeldoorn en liep ik naar het Plato-filiaal aan de Brinklaan.
Waar vond ik wat ik zocht? Ik keek in de popbakken bij de M, maar daar stond niets. Bij de P en de G ook niet. Snel ging ik het trapje op naar boven en meldde ik me bij de balie.
‘Zoek je iets speciaals?’ vroeg Dick.
Ik peuterde het briefje uit mijn kontzak en gaf het aan hem.
‘Dat heb ik wel. Het staat helemaal beneden in de kelder. Bij de jazz en jazzrock.’
Ach zo. Ik wist niet hoe gauw ik weer naar beneden moest komen. Hier! Moet je kijken, er staat best een rijtje platen. Op welke staat The Search? Een voor een pakte ik ze uit de bak en onderwierp ik ze aan een uitgebreid onderzoek. De gitarist heet Pat Metheny, de toetsenist Lyle Mays. Mooi. Onthouden. Wacht, ik zie soloplaten van Metheny, maar ook met zijn Group en dit is een duoplaat met Mays. Wat een bizarre titel: As Falls Wichita So Falls Wichita Falls. Volgende plaat. Hier! The Search staat erop! De elpee heet American Garage. Klopt, die had Gert op de cassette staan. En kijk, dit hier is een dubbelliveplaat met de Group. Hij heet Travels. Die moest ik zeker een keer hebben. Maar welke nam ik nu mee?
Ik bedacht me niet, pakte American Garage uit de bak en ging hem afrekenen bij Dick.
Een half uur later was ik in mijn zolderkamer en legde ik de plaat op de draaitafel. Al snel was daar het kippenvel weer.

>>>FFWD:
– veel te lange tijd. Het zand kriebelt tussen mijn tenen. Ik open mijn ogen. De zon zakt en prikt rood. Wat een uitzicht over zee. Aan de verre einder zie ik twee scheepjes. Het strand is leeg. Ik ben alleen; het lijkt wel of ik de wereld voor mijzelf heb. Ik draai me wat in mijn stoel en kijk achter me het duin af. Daar staat de tent waarin ik met twee vrienden een weekje vakantie vier. Texel blijft mooi. Aan mijn voeten ligt het cassetterecordertje. Er gaan zes batterijen in. Het speelt. Travels. Pat Metheny is nu al meer dan twee jaar mijn zoveelste held. Ik heb zo goed als al zijn platen. Wat is er veel gebeurd in die tijd. Nieuwe plekken om te werken, nieuwe plekken om te leren; nieuwe mensen, nieuwe vrienden. Ik ben een andere opleiding begonnen. Het liefste meisje ter wereld is er niet meer. Nooit meer. Een traan komt niet. Ik wil het niet. Niemand weet mijn geheim. Niemand weet van de wereld in mijn zolderkamer. Mijn geheime wereld. De wind waait door mijn haren. De golven ruisen. Een meeuw boven de zee. Ik breng het glas naar mijn mond. Zo’n tequila sunrise smaakt goed. Deze hemelse klanken van San Lorenzo zijn de ideale soundtrack. De zon raakt de horizon. Geen traan, maar wel de rillingen. Waarom –
<<<FFWD

Het kippenvel en die rillingen duurden veel te kort. Net veertig minuten. Dit moest eindeloos doorgaan. Bij deze elpee wist ik van tevoren dat hij zou ophouden. Daarmee kon ik leven. Sommige andere dingen zouden eindeloos en eeuwig moeten zijn, maar stopten veel te bruut. Kon ik daarmee leven? Ik wist het niet. Het bleef Zoeken.
Wat moest ik doen? De plaat nog een keer draaien? Nee, dat deed ik niet. Ik wachtte ermee tot morgenavond. Dan had ik de hele dag iets om naar uit te kijken.
Ik wist voor de komende maanden dan wel de bestemming van mijn uitkeringsgeld, maar nog steeds niet wat ik wilde worden. Wel wat ik wilde horen.


Apeldoorn, september 2012

Een relevant muziekske hoort u hier.

ONDERWERPEN

Muziek

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?