Judith in Stukjes: Parels

Maandag 4 januari 2021

Door Judith Velthuizen

In dit uiterst vreemde jaar besloot ik mijn leven op kantoor vaarwel te zeggen en om nu eindelijk eens te durven kiezen met mijn hart. Dat hart en, eerlijk is eerlijk, een beetje mazzel leidden me naar de zorg. De Chronisch Psychiatrische Verpleeghuiszorg om precies te zijn, waar ik probeer mijn steentje bij te dragen aan de invulling van een zinvolle dag voor ‘mijn’ bewoners. Het mooie van werken in de zorg is dat geven en ontvangen nogal eens samenvallen. Een zinvolle dag is namelijk precies wat ik zelf ook heb gekregen als ik na een drukke werkdag weer in de auto stap en naar mijn huis terugrijd. Welbeschouwd ben ik in mijn vak onophoudelijk op zoek naar parels. En als je, net als ik, in een verpleeghuis werkt, dan liggen die parels zonder al te veel moeite voor het oprapen.

Complimentje

De kunstzinnige meneer bijvoorbeeld, bij vlagen behoorlijk in de war, die mijn naam nooit kan onthouden en me het Grobbebolletje noemt. Als hij me ziet gooit hij zijn armen in de lucht en roept ‘Hè hallo’ op een manier die doet vermoeden dat hij zijn hele leven slechts gewacht heeft op dit gelukzalige moment. Af en toe eten we samen, omdat hij slecht tegen al die prikkels in de eetzaal kan. Afgelopen week bleek hoe hij dat waardeerde.

Tijdens een verfrissende wandeling vroeg hij: ‘Zeg, wat doen we eigenlijk met het eten vanavond?‘ Ik antwoordde dat we wel samen konden eten als hij dat gezellig vond. Van enthousiasme klapte hij in zijn handen, de verrassing spatte van zijn expressieve gezicht. Hij had het niet durven vragen, bekende hij verlegen, maar dat was precies waarop hij stiekem had gehoopt. ‘U bent de beste vriendin die ik ooit heb gehad,’ liet hij me vervolgens welgemeend weten. Dat hij precies dezelfde woorden ook tegen mijn collega’s zegt, doet aan het complimentje helemaal niets af. Op dat moment is het de waarheid en dat is uiteindelijk alleen waar het om gaat.

Als een vorst

Of wat dacht je van de keurige, licht geaffecteerd pratende heer, die er heilig van overtuigd is, dat hij bij ons in een soort luxe resort gehuisvest is en die zich als een vorst door de gangen voortbeweegt, nog net niet wuivend naar zijn onderdanen. Een tijdje geleden hielp ik bij het serveren van de avondmaaltijd en als activiteitenbegeleider maak je daar dan toch iets leuks van. Het bleef niet onopgemerkt. Na het eten gebaarde hij dat ik dichterbij moest komen. ‘De bediening was vanavond werkelijk voortreffelijk,’ zei hij complimenteus. Misschien dat ik een carrière in de horeca toch nog maar eens overweeg.

Voor een andere bewoner, klein van stuk maar groots in grommen, deed ik het niet of zelden goed. Tot mijn frustratie lukte het me maar niet om door zijn niet aflatende gemopper heen te dringen. Helaas leerde het leven hem al vroeg dat je vooral aandacht krijgt als je daar negatief om vraagt, terwijl hij diep in zijn hart maar een ding wil: gezien worden voor wie hij is.

Door dat heel goed te onthouden en er niet langer in te trappen, zie ik steeds vaker hoe lief en zorgzaam hij eigenlijk is. ‘Staat je auto wel vlak bij de ingang geparkeerd?,’ vroeg hij laatst toen ik een late dienst had. ‘Anders moet je hem even verzetten hoor, dat is veiliger.’ Onze locatie ligt in een bosrijke omgeving, moet je weten. Dat hij zich druk maakte om mijn welzijn was de omgekeerde wereld, maar het zorgde er wel voor dat ik de hinderlijke brok in mijn keel alleen met heel veel moeite nog kreeg weggeslikt.

Liedjes

Onlangs dacht ik even terug aan een van mijn eerste kakelverse weken hier, ergens in de vroege zomer van dit jaar. Het was warm die avond, heet eigenlijk, zoals de laatste jaren wel vaker het geval is. Omdat de hitte ook ‘s avonds nog als een deken over het land hing, besloten we om onze avondactiviteit buiten plaats te laten vinden en om niet te ingewikkeld te doen. Dus zaten we met iPad en ijsco’s genoeglijk samen in een grote kring in onze binnentuin. Om de beurt mocht iedereen zijn favoriete liedje kiezen. Leef van André Hazes junior is razend populair bij ons, net als Corry Konings, Frans Bauer en Jantje Smit. Je kunt je misschien voorstellen; de sfeer was uitgelaten vrolijk.

Totdat aan het eind van de avond The Rose van Bette Midler werd aangevraagd door een bijzonder fijngevoelige mevrouw, wat pessimistisch van aard maar een regelrechte schat. Het lied vertelt mensen die het zonder liefde moeten stellen, dat onder de sneeuw, goed verborgen voor de kou, een zaadje ligt dat in de lente uitgroeit tot een betoverende roos. Bij de eerste klanken werd het muisstil in de binnentuin. Iedereen keek stilletjes voor zich uit of knikte, neuriede, mompelde de woorden bijna onverstaanbaar mee:

when the night has been too lonely,
and the road has been too long
and you think that love is only for the lucky and the strong…

Zaadjes

Terwijl de schemering viel en ik ademloos luisterde, wist ik dat zij het zeker niet waren, the lucky and the strong. Maar ik realiseerde me die avond ook iets anders. Onder alle rottigheid sluimert vaak nog een niet kapot te krijgen zaadje, hoe klein en zelfs nauwelijks waarneembaar op het eerste gezicht dan ook. Het zijn de zaadjes die ervoor zorgen dat mensen ondanks alles doorgaan. Het zijn de zaadjes die ik in mijn werk boven de grond probeer te krijgen, terug in het licht, hoe moeizaam en tijdrovend dat soms ook mag zijn.

Terwijl ik om me heen keek naar al die mensen voor wie het leven vaak zo moeilijk was geweest, naar al die gezichten die me nu, ruim zeven maanden later, zo dierbaar zijn geworden, wist ik heel zeker dat ik de beste werkkeuze uit mijn leven had gemaakt.

Dus wens ik iedereen een jaar vol parels. Zoek voor de aardigheid ook eens op plekken waar je ze het allerminst verwacht. Misschien word je aangenaam verrast.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

ONDERWERPEN

Zorg

Elke maandag ons nieuws in de mail?