Voetbalfusie: waar en waarom het mis ging

Woensdag 2 november 2016

Door Jaap van Amersfoort

Zowel de gemeente als de sportraad hadden het al  aangegeven: voetbalclubs in Apeldoorn moeten fuseren. De besturen van Apeldoornse Boys en Columbia voegden de daad bij het woord. Ondanks de bereidwilligheid er wat van te maken ging het meteen mis. Een reconstructie.

Met instemming van de beide ledenvergaderingen werd een projectorganisatie opgetuigd. Heel voetbalminnend Apeldoorn keek met meer dan gemiddelde belangstellend toe. De besprekingen ademden dan ook een positieve sfeer. Notoire voor- en tegenstanders waren bereid te luisteren naar elkaar.

Echter bij het eerste de beste belangrijke besluit – de keuze voor een nieuwe locatie – was het al over en uit. De besturen werden door hun  leden teruggefloten.

Beide verenigingen hadden zich ten doel gesteld de kwaliteit van het voetbal in Apeldoorn Zuid naar een hoger plan te tillen en de bestuurlijke kwaliteit alsmede de inzet van vrijwilligers allereerst te borgen en daarna te verhogen. Om zodoende de duurzaamheid van de nieuwe vereniging inclusief de verhoogde kwaliteit van het voetbal en het bestuur ook op langere termijn te kunnen garanderen.

In een gesprek met de gemeente in mei 2015 werd de vraag gesteld hoe de plaatselijke overheid  dacht over een gezamenlijke nieuwe locatie in Apeldoorn Zuid. Dat was de natuurlijke voorkeur van beide verenigingen. De locatiekeuze bleek al snel het heetste hangijzer. De uiteindelijke keuze voor de nieuwe verenigingsnaam en de clubkleuren; daar kwam men wel uit was de algemene gedachte.

Wethouder Nathan Stukker was echter over de wens van een geheel nieuwe locatie vanaf het begin heel duidelijk. De gemeente vond een nieuwe locatie voor de fusievereniging geen optie. Wanneer Columbia en Apeldoornse Boys beide hun locatie zouden verlaten,  betekende dat kapitaalvernietiging.  Apeldoorn kent immers een overschot aan voetbalvelden. Bovendien was er geen ruimte in Apeldoorn Zuid voor een nieuw sportpark. De gemeente had niet de middelen om te investeren in de aanleg van een nieuw sportpark en was daartoe ook niet bereid. De gemeente vond het dan ook veel meer voor de hand liggen dat de nieuwe fusievereniging zou kiezen voor één van beide sportparken: dat van Columbia (Winkewijertlaan) of dat van Apeldoornse Boys (Dubbelbeek). De gemeente had hierin geen voorkeur. De fusiestuurgroep heeft vervolgens met instemming van de beide besturen en ledenvergaderingen de werkgroep accommodatie opdracht gegeven om met een voorstel te komen.

Het advies van deze werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van ’de Boys’ en van Columbia aangevuld met externe deskundigen op dit terrein op basis van de analyses luidde dat er gekozen diende te worden voor het Columbia-complex waarbij rekening gehouden diende te worden met een contributieverhoging. Daarvoor zou een realistisch,  lees betaalbaar plan,  moeten worden opgesteld.

Deskundigen van de KNVB hadden het uitdrukkelijke advies gegeven dat in het geval van een keuze voor een bestaande locatie beide verenigingen het gevoel moesten krijgen in een totaal nieuwe vereniging te stappen met nieuwe mogelijkheden. Dat impliceerde dat het nieuwe complex een geheel ander aanzien moest krijgen, aanvullende kleedkamers moesten worden gebouwd, twee kunstgrasvelden moesten worden aangelegd en er moesten voorzieningen komen om het gewenste open karakter van de nieuwe vereniging te kunnen realiseren.

Tot zover was er geen vuiltje aan de lucht. Beide besturen omarmden het advies.

Gevolg was wel dat de doelstelling van een betaalbaar plan geweld moest worden aangedaan. Er waren teveel tegenvallers. De opbrengsten van de obsolete opstallen waren te verwaarlozen dit ondanks de hoogte van de WOZ waarden die wat zand in de ogen had gestrooid. De gemeente zag geen mogelijkheden om met financiële ondersteuning de pijn werkelijk te verzachten. Ook aan de inkomsten kant waren er bedenkingen. De ledenaantallen konden niet klakkeloos bij elkaar opgeteld worden. Dat gold ook voor reclame en andere vormen van sponsorinkomsten.

Daarbij kan nog gevoegd worden dat bij de leden van Apeldoornse Boys ook nog de pijn van het noodgedwongen verhuizen voelbaar was en dat bij Columbia het adagium had postgevat van de rijkere club te zijn met veel eigendommen die derhalve onevenredig veel zou inbrengen in de nieuwe vereniging.

De vraag blijft gewettigd : Als er weinig financiële beperkingen zouden zijn geweest, zou de fusie dan wel tot stand zijn gekomen? We zullen het nooit weten.

(Met dank aan de beide toenmalige en ook huidige voorzitters Marieke Pompen en Eddie Zeeën).

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over stad

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?