Zij doet alles

Maandag 7 september 2026

Door Ben Brown

Mariëtte Kranenburg

Onlangs bleef ik hangen bij een verschrikkelijke rechtszaak in Amerika. Een moeder die psychisch worstelde en weinig draagkracht ervoer, wordt verdacht van het doden van haar drie kinderen.

Een onvoorstelbare tragedie.

Ik aarzelde dan ook om hierover te schrijven. Niets kan zo’n daad verklaren, laat staan rechtvaardigen. Toch merkte ik dat iets uit de zaak mij bezighield. Tijdens de ondervraging van haar inmiddels ex-man ging het over het dagelijks leven thuis. Over de kinderen, het huishouden en alles wat daarbij komt kijken.

Eén uitspraak bleef bij mij hangen: “Zij doet alles.”

Waarschijnlijk liefdevol en bewonderend bedoeld. Maar ik hoorde iets anders:

Als zij alles doet, wat doe jij dan?

En misschien nog belangrijker: hoelang kan iemand alles blijven doen?

Draagkracht en draaglast zijn geen vaste gegevens. Mensen kunnen veel dragen wanneer zij zich gesteund en gezien voelen en de verantwoordelijkheid kunnen delen. Maar zelfs sterke schouders raken vermoeid wanneer de last blijft toenemen.

Er alleen voor staan betekent namelijk niet altijd dat er letterlijk niemand is.

Soms zijn er genoeg mensen om je heen, maar draag jij toch als enige de verantwoordelijkheid. En juist daar begint het gesprek over de mental load. Niet alleen koken, wassen of voor de kinderen zorgen, maar ook onthouden wanneer de tandarts gebeld moet worden, wie nieuwe schoenen nodig heeft en dat er dinsdag een traktatie mee naar school moet.

Veel vrouwen dragen daarin nog steeds onevenredig veel.

Dan ligt een reactie snel voor de hand. Kan zij niet wat meer loslaten? Kan ze niet beter om hulp vragen? Hoeft alles wel perfect?
Maar daarmee leggen we de oplossing opnieuw bij degene die al het meeste draagt.

Misschien moeten we de vraag omdraaien:

Waarom moet zij eigenlijk vragen?

Want wie samen verantwoordelijkheid draagt voor een gezin, zou niet steeds hoeven wachten op een opdracht. Ook zien wat er moet gebeuren is verantwoordelijkheid. Eraan denken. Vooruitkijken. Handelen.

Anders krijgt degene die al veel draagt er nóg een taak bij: het organiseren van de bijdrage van de ander.

En dit is niet alleen iets achter de voordeur. Na de geboorte van het eerste kind gaat bijna 45 procent van de moeders minder werken of stopt; ruim negen op de tien vaders blijven evenveel of meer uren werken. Inkomen en loopbaankansen worden dus niet gelijk geraakt.

Je kunt zeggen: dat zijn toch individuele keuzes?

Maar keuzes ontstaan niet in een vacuüm. Ze worden mede gevormd door verwachtingen, inkomen, verlofregelingen, kinderopvang en ideeën over wie vanzelfsprekend zorgt.

Daarmee wordt iets wat privé lijkt ineens maatschappelijk.

Ook in Apeldoorn draait veel op mensen die nét iets meer doen. De mantelzorger die zegt dat het nog wel gaat. De vrijwilliger die altijd als eerste komt en als laatste vertrekt. De collega die ’s avonds toch nog even die mail beantwoordt.

Veel Apeldoornse mantelzorgers hebben onlangs met het mantelzorgcompliment erkenning gekregen voor wat zij doen. Dat is waardevol. Maar erkenning alleen maakt de last nog niet lichter.

Want misschien is dát wel onze valkuil: we spreken onze waardering uit voor mensen die veel dragen, terwijl we te weinig vragen wat we daadwerkelijk van hun schouders kunnen halen.

We noemen zulke mensen betrokken. Sterk. Onmisbaar.

Maar misschien moeten we bij dat laatste woord opletten.

Waarom is iemand eigenlijk onmisbaar geworden?

“It takes a village to raise a child“, luidt het bekende gezegde. Alleen zijn we onze samenleving steeds minder als zo’n village gaan organiseren. Familie woont verder weg, buren kennen elkaar minder vanzelfsprekend en veel zorg speelt zich af achter de voordeur.

Maar wanneer die gemeenschap verdwijnt, verdwijnt de zorg niet.

Iemand doet het.

En opvallend vaak is dat een vrouw.

Misschien raakt dát aan wat ik relationele bekwaamheid noem.

Niet precies evenveel doen. Niet voortdurend bijhouden wie gisteren de vaatwasser heeft uitgeruimd.

Maar verantwoordelijkheid zien, nemen en delen.

Niet wachten tot iemand zegt wat jij kunt doen, maar zelf zien wat er nodig is. Begrijpen dat samenleven niet alleen betekent dat je helpt wanneer daarom wordt gevraagd, maar dat je mede-eigenaar bent van wat er moet gebeuren.

Thuis. Op het werk. In de familie. In een buurt.

Want uiteindelijk is dit misschien niet alleen een gesprek over vrouwen en mannen.

Het gaat over de vraag hoe wij verantwoordelijkheid voor elkaar organiseren.

Daarom hoor ik die drie woorden inmiddels anders.

“Zij doet alles” klinkt misschien als een compliment.

Maar misschien zouden we, zodra we zoiets over iemand zeggen, een andere vraag moeten stellen:

“Waarom laten wij haar alles doen?”

Meer lezen over stad

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!