Bloeien in Apeldoorn-Zuid

Vrijdag 3 april 2015

Door Anne Wijngaard

© CODA Archief collectie Jos Pé

Ik ben een kind van de jaren ’50. Opgegroeid in een rijtjeshuis, in een groot dorp in de provincie Gelderland. Niet Apeldoorn, maar dat had het evengoed wel kunnen zijn. Want overal was er diezelfde naoorlogse ontwikkeling: een grote vraag naar woningen, en weinig aanbod. Vooral vlak na de oorlog was de woningnood groot. Iedereen kent wel de verhalen over getrouwde stellen die bij gebrek aan een dak boven het hoofd dan maar bij ouders of schoonouders gingen inwonen.

Al snel zagen lijvige rapporten met toekomstvisies en idealen het licht. En zo kon het gebeuren dat de zogenaamde wijkgedachte landelijk om zich heen greep. Het doel was grote wijken te creëren – met hun eigen voorzieningen en faciliteiten – waarin ieder binnen de gemeenschap tot volle bloei kon komen. Niet dat ik daar in die jaren ’50 woning van mijn jeugd ooit over nadacht… Ik had het te druk met spelen, lezen, leren en groeien om te beseffen dat er buiten mijn blikveld een ware revolutie aan de gang was. En ook had ik natuurlijk geen idee dat ik deel uitmaakte van de wijkgemeenschap, noch besefte ik dat wij met zijn negenen in dat niet al te ruime rijtjeshuis collectief opbloeiden tot tevreden burgers.

Zou dat bij mijn Apeldoornse leeftijdsgenoten anders zijn geweest? Ik denk het niet, maar vraag het me wel altijd even af als ik op mijn wekelijkse fietsritje naar de supermarkt langs zo’n typische jaren ’50 huizenrij kom. Stapelwoningen, noemden ze deze portiekwoningen aan de Arnhemseweg, de Ravenweg en het Hofveld. Indertijd een nog vrij nieuw concept. Schitterend in hun eenvoud, met en subtiel spel van schuine en rechte lijnen, witte raampartijen afgewisseld met grote steenrode vlakken. Ooit door architecten Bleeker en Wijtzes uit Beverwijk ontworpen, en in de vroege jaren ’50 gebouwd vlak bij de Fabianus- en Sebastianuskerk, maakten ze deel uit van de stadsontwikkeling in Apeldoorn-Zuid. De kerk en het schooltje dat ernaast stond deden met het ontstaan van de nieuwe wijk meteen goede zaken, en op het speelveld achter de huizen krioelde het al snel van voetballende jochies en springtouwende meisjes.

Langspeddelend op mijn fiets mijmer ik dan soms: Zouden ze hier nu nog steeds dat gemeenschapsgevoel hebben? Op een gure dag besluit ik toch maar even af te stappen voor een mini-steekproef. Van de twee jonge mensen en hun wat oudere buurman die zich vandaag buiten wagen, begrijp ik dat het hier nog steeds erg fijn wonen is. Het oude schooltje heeft weliswaar plaats moeten maken voor nieuwbouw, maar het speelveld achter de huizenrijen heeft de tand des tijds goed doorstaan. Jammer genoeg ligt het er vandaag verlaten bij, en bovendien krijg ik het koud, dus een onderzoekje bij de plaatselijke jeugd moet uitgesteld tot een andere keer.

Statistisch is deze steekproef niet erg verantwoord, geloof ik. Misschien op een mooie zomerdag nog maar eens proberen. Voor bloei is tenslotte zon en licht nodig.

Onze nieuwsbrief

Elke maandag ons nieuws in de mail?

Meer lezen over cultuur

REACTIES

Elke maandag ons nieuws in de mail?